donderdag 25 augustus 2016

Jeanette Damsma exposeert in Stenden

Donderdag 25 augustus 2016 
Drie schilderijen van Jeanette Damsma in de Stenden Art Galery



















Schilderijenexpositie
Tot en met 29 augustus 2016 exposeert Jeanette Damsma in de Stenden Art Gallery van Stenden Hogeschool te Leeuwarden.
Deze publiek toegankelijke expositieruimte bevindt zich op de begane grond achter het Auditorium van ons Leeuwarder hogeschoolgebouw aan de Rengerslaan.
Stenden Hogeschool organiseert deze expositie in samenwerking met het Leeuwarder Kunstbureau Art Connection.

Kleurrijke verhalen
Als er een kleurrijk iemand onder de Leeuwarder kunstenaars is, dan is dat wel Jeanette Damsma.
Ze schildert sinds 1999 en is autodidact. Jeanette vindt haar inspiratie in haar hart en ziel, in de natuur en in cultuur. Ze hoopt mensen een stukje positiviteit mee te geven. Ga maar eens met haar op kleuren-reis en laat de taal van kleur tot je spreken. Haar soms fel gekleurde, fantasierijke landschappen doen je ogen stralen.
Haar werk kenmerkt zich door een mix van abstractie, landschap en fantasie.
Ze ziet haar schilderijen als verhalen in olieverf. Verhalen die voor iedereen weer anders zijn.

woensdag 24 augustus 2016

Heiwerk @ Stenden

Woensdag 24 augustus 2016 
Heiwerkzaamheden voor de nieuwbouw van Stenden in Leeuwarden



















Voorbereidend werk
Op 20 juni 2016 is de verbouw en nieuwbouw van Stenden Hogeschool te Leeuwarden begonnen.
Resultaat was dat eind juni grote delen van de hogeschoolcampus binnen en buiten waren veranderd in een bouwplaats.
Op het binnenterrein vóór de oorspronkelijke hoofdingang is aanvang juli begonnen met de voorbereidende grondwerkzaamheden voor de nieuwbouw.

De eerste paal geslagen
En deze week is het dan zover dat de heiwerkzaamheden voor de nieuwe aanbouw zijn aangevangen
Vandaag is officieel de eerste van de 130 heipalen de grond in geslagen, waarmee met enige officieel vertoon het startsein is gegeven voor de nieuwbouw van het lange gebouw, dat in de komende maanden vóór het bestaande hogeschoolgebouw wordt gebouwd. De eerste heipalen zijn nu de grond in gegaan, waarop de nieuwbouw zal worden gebouwd. Het gaat hier om een uitbreiding van 3.000 vierkante meter, die vooral zal gaan bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs.

Eigentijdse onderwijsfaciliteiten
In dit nieuwe gebouw zal onder andere onze grootste collegezaal met een capaciteit van 500 bezoekers worden gebouwd. Deze zaal kan te zijner tijd bijvoorbeeld ook worden gebruikt als ontmoetingsruimte voor de gezamenlijke activiteiten van NHL Hogeschool en Stenden Hogeschool.
Verder komen er werkruimtes, waarin studenten individueel en in groepen goed gefaciliteerd aan hun onderwijsprojecten kunnen werken.

dinsdag 23 augustus 2016

Trino van der Geest exposeert in Stiens

Dinsdag 23 augustus 2016 
Thema-foto's van de grutto van boswachter-fotograaf Trino van der Geest











Werken bij Staatsbosbeheer
Tot eind september 2016 exposeert Trino van der Geest een aantal van zijn foto's in het gemeentehuis van de gemeente Leeuwarderadeel te Stiens. Het thema van deze foto-expositie is ‘Natuurmomenten van een boswachter’.
Trino van der Geest uit Stiens is oud-opzichter van Staatsbosbeheer en heeft zijn gehele werkzame leven gewerkt bij Staatsbosbeheer. Zijn loopbaan speelde zich af langs de Nederlandse kust. Na zijn start op het Friese eiland Vlieland werd hij opzichter in de boswachterij Noordwijk Wassenaar, maar in 1975 kwam hij terug naar Fryslân om zijn loopbaan voort te zetten in Noord-West Fryslân als opzichter Landschapsbouw. Zes jaar later vertrok hij vanuit Stiens naar het Friese eiland Ameland voor een periode van 16 jaar. En daarna keerden hij weer terug naar Stiens. 

Fotograferen in de natuur
In zijn werk bij Staatsbosbeheer had en heeft Trino van der Geest te maken met de natuur, en met name met het in stand houden daarvan. Veel daarvan werd door hem op foto (en dia) vastgelegd. 
De laatste jaren doet hij voor Staatsbosbeheer de opnames van de grondwaterstanden in de Noardwesthoeke en in de Flieterpen, in een tiental reservaten zoals: Cleijn Alserd bij Engelum, It Leech bij  Berlikum, de Blikvaart bij Sint-Jacobiparochie, de Blikvaart bij Sint-Annaparochie, het Wiersylsterrak bij Wier, de Wide Mar bij Stiens, het Oogvliet bij Hallum, de Flappe bij Ferwert en de Hikaard bij Burdaard.

Natuurmomenten van een boswachter
De foto's van deze expositie zijn allemaal gemaakt in deze reservaten; veel ervan in de Wide Mar ten oosten van Stiens, waar je in de vogelkijkhut van Staatsbosbeheer soms prachtige foto's kunt maken. In één van de foto-series van de huidige expositie te Stiens staat de grutto centraal, de 'Fryske Kening fan 'e Greide'. Deze grutto-foto's zijn gemaakt bij de Blikvaart nabij Sint-Jacobiparochie.

maandag 22 augustus 2016

By de Fryske Bibel

Cover van 'By de Fryske Bibel'
Maandag 22 augustus 2016


By it rékommen fen de Bibel yn Fryske Oersetting – Kristlik Frysk Selskip
In mijn serie boekbesprekingen over het ontstaan van de Friese Bijbel ga ik nu in op de Friestalige publicatie ‘By de Fryske Bibel’, die is uitgegeven door het Kristlik Frysk Selskip bij het in 1943 voor het eerst gereedkomen van de gehele Bijbel in de Friese vertaling.  Dit boek is in de Tweede Wereldoorlog (1944/'45) gedrukt bij de bijbeldrukker A. Jongbloed C.V te Leeuwarden.
Dit boek werd geschreven door E.B. Folkertsma (één van de bijbelvertalers) en S.E. Wendelaar Bonga (voorzitter van het Kristlik Frysk Selskip).
De figuur op de omslag van het boek staat ook op de voorkant van het programmaboekje van de Friese Bijbeldag in 1943, waarop het gereedkomen van de eerste gehele Friese Bijbel in Leeuwarden werd gevierd. Deze tekening toont de zuid-ingang van de Grote Kerk van Leeuwarden, met op de achtergrond het kruis, en op de voorgrond de opengeslagen Bijbel.

Searje fan boekbesprekken oer de Fryske Bibel
Mijn voorgaande boekbesprekingen over het ontstaan van de Friese Bijbel gingen nader in op de publicaties:
  1. De Friesche Bijbel - W. Hielkema - 6 juni 2016;
  2. Bijbelfriesch – Dr. G.A. Wumkes - 16 juni 2016.
A - De betsjutting fen ‘e Bibel yn eigen tael – E.B. Folkertsma
In zijn voorwoord gaat Folkertsma als volgt in op de betekenis van een Bijbel in je eigen taal:
  1. De Bijbel is een boek, geschreven in een taal, bedoeld voor het volk, gelezen door vele mensen. De Bijbeltaal levert een bijdrage aan de actueel gesproken en geschreven taal: op zijn woordenschat, taaleigenschap en stijl. De Friese taal is geschikt als bijbeltaal.
  2. De Bijbel is ook literatuur, met ook in het Fries alle epische, lyrische, dramatische en didactische schoonheid in zich. Daarmee geeft de Bijbel het Fries ook cachet en glans. Het bijbels Fries kan een bijdrage leveren aan nieuwe Friese literatuur.
  3. De Bijbel – ook in de Friese taal – blijft altijd actueel, en kan door gebruik te maken van de moedertaal de diepste levensvragen van de Fries concreet en actueel maken.
  4. Door de Friese vertaling spreekt de Friese Bijbel tot mens en volk met goddelijk gezag. De Fries voelt zich daarmee persoonlijk aangesproken in zijn eigen taal. In de Friese taal zorgt de Bijbel voor geestelijk opleving, geloofsgroei, sterke liefde, voor een zuivere en trouwe kerk en voor een intense verwachting van de terugkeer van Jezus Christus op aard. God wil dat de Heilige Geest tot alle volken spreekt in hun eigen taal, dus ook in het Fries.
B - Bibeloersettingen yn it Frysk – S.E. Wendelaar Bonga
Na dit voorwoord geeft Wendelaar Bonga in de volgende zeven paragrafen een chronologisch overzicht van de opeenvolgende bijbelvertalingen in de Friese taal:

I Foar de Herfoarming – Wendelaar Bonga
Waarschijnlijk diende het oud-Fries eeuwen geleden al voor de evangelieprediking, want van Bonifatius is bekend dat hij – in Fryslân – in de landstaal sprak. En de Friezen hadden Karel de Grote gevraagd om een Friessprekende apostel, waarna de keizer de Friessprekende Liudger naar Fryslân stuurde. Ook wordt aangenomen dat al in de late Middeleeuwen sommige bijbelteksten in het Fries waren vertaald, anders zou evangelisatie onder de Friezen geen kans van slagen hebben gehad. Ook bisschop Frederik van Utrecht preekte in het Fries. Abt Jarich van klooster Mariëngaarde bij Hallum gaf zijn monniken opdracht het Hooglied van Salomo in het Fries op schrift te zetten. Er zijn enkele middeleeuwse bijbelfragmenten (ook gebeden) in het Fries bewaard gebleven. Het Fries werd in kerkelijke kringen dus al (ver) vóór 1500 gebruikt.

II Yn’t forrin fen trije ieuwen – Wendelaar Bonga
De eeuw van de kerkhervorming na de Reformatie heeft de laatste sporen van het Fries in het kerkelijk leven weggevaagd. In de periode van 1500-1800 bleef het Nederlands in het ambtelijk leven – en daarmee ook in de kerk – de boventoon voeren, en stond het het Fries in de kerk in de weg. Opmerkelijk was overigens wel dat het Brits Bijbelgenootschap in 1714 aan de rector van de Latijnse school van Dokkum vroeg om een deel van het bijbelboek Matteüs in het Hindeloper dialect te vertalen en dat het Brits letterkundig genootschap in 1740 een nagenoeg zelfde vraag stelde naar een vertaling in het dialect van Molkwar (Molkwerum). Ook overige Friestalige bijbelteksten uit die tijd zijn meer gebaseerd op wetenschappelijke en letterkundige basis dan dat ze op godsdienstige motieven zijn gebaseerd.

III Bibelfrysk yn ‘e 19de ieu – Wendelaar Bonga
De periode van het Friese Reveil bracht weer een begin van het gebruik van de volkstaal (het Fries) in het godsdienstig leven. Er wordt begonnen met een eigenstandige vertaling uit de grondtekst – en vooral los van de Statenvertaling – met woorden en zegswijzen, die door de Friezen in die tijd werden gebruikt. Doel van de Friese Bijbelteksten was dat de Friese taal voor geestelijke vruchten zou zorgen in geloof en leven. Desondanks werd in die tijd geklaagd over de onverschilligheid van de Friezen – ook de Friese kerken - jegens Gods woord in eigen taal. Tegenstanders van Friese Bijbelteksten vonden het niet deftig genoeg, met onvoldoende heilige wijding. Nu moet je er ook rekening mee houden dat de meeste Friezen de eigen taal niet konden lezen. Voorstanders van de Friese Bijbel vonden echter dat deze Bijbel in de eigen volkstaal vooral wel in de eredienst gebruikt moest worden, omdat de Friezen daarmee het beste bediend zouden worden.

IV Bibelfrysk yn de 20ste ieu – Wendelaar Bonga
In de 20e eeuw begonnen Gerben Postma en Pieter de Clercq in overleg met het Kristlik Selskip aan een Friese Bijbelvertaling vanuit de grondtekst, maar hen werd duidelijk gemaakt dat al te Fries bot taalgebruik en moderniteiten onwenselijk waren, en dat de stijl van de Statenvertaling wel gewenst was. Beide heren onderhielden ook contact met het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG). Ze maakten het zich niet gemakkelijk, want ze leverden gewijd en statig Fries taalgebruik. Toch liep het niet goed af, want vanwege alle kritiek die ze over zich heen kregen van bijvoorbeeld Wumkes, Schoolland (Grand Rapids) & Kamerling en Huismans beëindigden beide heren hun bijbelvertaalwerk.
Toen besloot het Kristlik Selskip in 1915 dat de Friese Bijbelvertaling in opdracht werd gegeven aan dr. G.A. Wumkes & A. de Vries. Pas 28 jaar later leidde dit besluit tot de eerste Friese Bijbel.
Wumkes onderhield contact met het NBG en hield voor het NBG zijn beroemde lezing over ‘Bijbelfriesch’. Die lezing leidt tot de aansluiting van het NBG op de totstandkoming van de eerste Friese Bijbel (1943). Het NBG zorgt voor enige financiële bijdrage, en het Kristlik Selskip geeft Wumkes & Huismans de vertaalopdracht, en een team van revisoren wordt geïnstalleerd. Huismans kan het werk niet waarmaken, maar Wumkes gaat door. Maar er is wel kritiek op Wumkes’ werk (vooral van E.B. Folkertsma). Het zou teveel ‘wanFries’ bevatten, Wumkes zou te weinig kaas hebben gegeten van de gevoelswaarde van de taal en van Friese woorden en zegswijzen, en er komt kritiek op de geest, de stijl, de methode, de sfeer en de taal. Maar Wumkes wil, kan, mag in 1926 (van het NBG, na een second opinion van revisoren) en moet wel door. Na tien jaar is Wumkes echter zelf niet tevreden met zijn eigen vertaling van het Nieuwe Testament (NT), dus die wordt door het NBG niet gedrukt, en Wumkes begint opnieuw aan een hervertaling van het NT. Dat kost Wumkes nog eens vijf jaar werk. Resultaat is dat in 1932 de eerste Friese vertaling van het hele Nieuwe Testament klaar is, gedrukt in opdracht van het NBG bij (op aanbeveling van Wumkes) Jongbloed te Leeuwarden. ‘Hulde aan Wumkes vooral en aan de revisoren. Dank aan God. Dat dit Friese NT een plek mag krijgen in het huis en in het hart van de Friezen, tot heil van land en volk, en tot eer van God.’

V Oer de fortaling fen it Alde Testamint – Wendelaar Bonga
Wumkes en E.B Folkertsma overleggen om samen te werken aan de Friese vertaling van het Oude Testament. Wumkes zou de vertaling maken, en Folkertsma zou borg staan voor de kwaliteit van het Fries. De financiële positie van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) staat de bekostiging daarvan in de weg. Er moet vanuit het Kristlik Selskip dan ook een Bijbelfonds komen, en het NBG stelt de helft van de kosten beschikbaar. Wumkes en Folkertsma worden het echter niet eens over de eindrevisie van de Friese vertaling. Na tussenkomst van Kok & Bonga legt Wumkes zich neer bij de eindredactie van Folkertsma. Folkertsma kan aanvankelijk het tempo van Wumkes niet bijhouden, maar het komt uiteindelijk wel klaar, want in 1943 is ook de het Oude Testament geheel in het Fries vertaald. Een revisie van het NT wordt omwille van de tijd die dat zou kosten achterwege gelaten. Dus dan is het in 1943 – na 28 jaar vertaalwerk – zover dat de eerste complete Friese Bijbel gereed is.
De Friese Bijbel is wereldwijd de 180e complete Bijbelvertaling van de dan ongeveer 1.070 verschillende gehele en gedeeltelijke bijbelvertalingen die er dan bestaan.
Het auteursrecht van de Friese Bijbel wordt nu overgedragen aan het NBG, met de voorwaarde dat het NBG bij herdrukken en revisies met het Kristlik Selskip zal overleggen, dus het Kristlik Selskip behoudt in de toekomst een taak op het gebied van bijbelvertalen in het Fries en op het toezicht daarop.
Omdat het voor het eerst verschijnen van een complete Bijbelvertaling voor het hele leven van een volk van de grootste betekenis is, organiseert het Kristlik Frysk Selskip ter gelegenheid van de verschijning van de eerste gehele Friese Bijbel een Bijbeldag in 1943.
Dat deze Friese Bijbel in een behoefte voorzag, wordt duidelijk als al enkele weken voordat deze Bijbel verschijnt bijna de gehele oplage van 5.000 Bijbels is uitverkocht.

VI De Bibeldei – Wendelaar Bonga
Omdat het gereedkomen van de eerste hele Friese bijbelvertaling belangrijk was voor de Kerk, het Friese volk, het NBG, het Kristlik Frysk Selskip en voor allen die eraan meewerkten, werd er een Friese Bijbeldag georganiseerd om dit feit dankbaar te gedenken. Daarvoor werd de Grote Kerk van Leeuwarden als vieringslocatie gekozen, maar men vermoedde dat die zelfs te klein zou zijn, dus in de Leeuwarder Westerkerk zou een schaduwprogramma draaien, hetgeen geen overbodige luxe was, want al een half uur vóór aanvang van de viering was de Grote Kerk helemaal vol, en ook de Westerkerk bleek nagenoeg vol te lopen. Op stel en sprong schreef de Friese musicus Bernard Smilde vooraf de kerk-cantate ‘In sterke fêsting is ús God’, die op heel korte termijn werd ingestudeerd, en die tijdens de viering met groot succes werd uitgevoerd.
Jammer was dat de voorzitter van de provinciale Friese afdeling van het NBG de sluiting van deze Friese bijbeldag (1943) niet kon verzorgen, omdat de Duitsers hem gevangen hadden genomen.  De voorzitter van het Kristlik Frysk Selskip sprak in zijn openingswoord de wens uit dat deze Friese bijbeldag een dag mocht worden van wijding, van dankbaar gedenken dat God de Bijbel heeft gegeven in de eigen taal, de taal van ons dagelijks bestaan en de taal van ons hart: “Dat ta ús komt it Godswird yn ‘e eigene sprake”. Het initiatief van het Kristlik Frysk Selskip (KFS), met het NBG die voor de vergoeding van de kosten zorgde, met het levenswerk van dominee Wumkes, en met de taalverzorging door E.B. Folkertsma, noemde de KFS-voorzitter deze Friese Bijbel een heilig monument in ons volksleven, met eeuwigheidswaarde, een nationaal taalmonument en nog veel meer als gedenksteen voor Gods trouw aan de Friezen. Hij noemde dat de Friese Bijbel - meer dan de volksvijand (de Duitse bezetters) en ook meer dan de gevaarlijke zee voor de dijken – het Friese volk verenigt.
De secretaris van het NBG noemde in zijn avondtoespraak tijdens het gezamenlijke diner van de besturen van het NBG en het KFS dat het NBG nog nooit zo’n bijzondere dag had meegemaakt, en dat het nog nooit was voorgekomen dat een Bijbel al zo snel was uitverkocht.
Van deze eerste nieuwe Friese Bijbel heeft uitgeverij Jongbloed zeven luxe uitgaven gemaakt, waarvan in elk geval de besturen van het KFS en van het NBG een exemplaar hebben gekregen, en er ook een exemplaar is bewaard om later aan te bieden aan Hare Majesteit de Koningin. In de tussentijd heeft Jongbloed alvast een exemplaar naar haar verstuurd tijdens haar verblijf in Londen gedurende de Tweede Wereldoorlog.

VII Taheakke (Koart oersjuch, lektueroersjoch, bylagen) – Wendelaar Bonga
  • Dr. G.A. Wumkes begon met de Friese vertaling van het Nieuwe Testament in 1915, was klaar in 1923, en die was gereviseerd in 1926.
  • Maar, hij begon daarna direct al met zijn tweede Friese vertaling van het Nieuwe Testament in 1926, en die was klaar in 1930, en gereviseerd in 1933. Totaal duurde dat dus 17 jaar.
  • Dr. G.A. Wumkes begon daarna met de Friese vertaling van het Oude Testament in 1933, en was daarmee klaar in 1937, en die was gereviseerd in 1943. Totaal duurde dat dus 10 jaar.
  • De totstandkoming van de eerste complete Friese Bijbel duurde dus 28 jaar. Ter vergelijking: de Statenbijbel is in 19 jaar gerealiseerd.

Na dit historisch overzicht, volgt een literatuuroverzicht van bronnen omtrent de totstandkoming van de Friese Bijbel.
En daarna volgen in dit hoofdstuk elf bijlagen van belangwekkende brieven die in het kader van de totstandkoming van de Friese Bijbel aan deze en gene (onder andere aan KFS en NBG) zijn verzonden. Die brieven getuigen van onenigheid en strijd, van resultaten en van dankbaarheid.

C - Ho is de Bibel yn it Frysk brocht? – Folkertsma
Het laatste deel van dit boek is een bijzonder deel qua vorm. De auteur Folkertsma maakt de lezer deelgenoot van een gesprek tussen twee Friezen, Ate & Fryske, die zich geen goed beeld kunnen vormen over de vertaalprincipes van de nieuwe Friese Bijbel. Folkertsma had er voor kunnen kiezen om een zakelijk betoog op schrift te zetten, waarin die vertaalprincipes staan, maar dat doet hij dus niet. In een samenspraak brengt hij de persoon Gurbe ten tonele, die wel van de hoed en de rand weet. En dan roepen Ate & Fryske de vragen op, en volgt de verantwoording van Gurbe.
  • Zo legt Gurbe bijvoorbeeld uit dat de Friese Bijbel hier en daar afwijkt van de manier waarop de grondteksten zijn vertaald in de Statenvertaling. Gurbe wijst daarbij op het feit dat sinds de 17e eeuw de kennis omtrent de grondteksten is toegenomen; dat nieuwe kennis en nieuwe inzichten leiden tot nieuwe vertaalkeuzes.
  • Daarentegen ligt de stijl van de Friese Bijbel qua taal op andere plaatsen dichter bij de Statenvertaling dan bij het volksfries, omdat het actuele volksfries in bepaalde opzichten tekort schiet om het beeldende en het mystieke van de Bijbel als Oosters boek goed onder woorden te brengen. Het gemoedelijk volksfries mist bijvoorbeeld woorden om de diepte, de hartstocht, het tere en de hogere macht van de bijbelse grondtekst te verwoorden. Omdat de Friezen nog geen Friese Bijbel hadden, was in de loop van de tijd ook de geestelijke, godsdienstige taal nog niet tot ontwikkeling gekomen.  
  • Daarnaast worden in de Bijbel ook zaken genoemd, die we in Fryslân in het geheel niet (meer) kennen. Denk maar aan kleding, godsdienstige gebruiken, militaire termen en gereedschappen. Ook daarom schiet de actuele volkstaal in sommige zaken ook wel eens tekort, en moeten niet-courante bewoordingen worden gebruikt. Een optimaal-toekomstgerichte vertaling heeft dus behalve actualiteit ook traditie, historie en taalverleden nodig.

Vertalen van Gods woord vraagt bovenal ook voorzichtigheid, om zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke van het woord van God te blijven, om ervoor te zorgen dat elk woord, elke uitdrukking en elke zin zo weinig mogelijk van de volheid van zijn oorspronkelijke inhoud (van God) verliest.

Bibel yn Hjoeddeiske Taal (2016)
Bijna aan het eind van dit vraaggesprek Anno 1943 tussen enerzijds Ate & Fryske en anderzijds Gurbe, doet Ate nog de volgende uitspraak, waar Gurbe als volgt op reageert:
  • Ate: “As ik myn sin siz, den moasten wy ús Bibel hielendal hawwe yn moderne tael fen dizze tiid, dat alle man it wird foar wird begripe koe”.
  • Gurbe: “It is in ûnmûglike eask, foar elke tael en bynammen for it Frysk”.

We schrijven nu 2016, dus 73 jaar later.
Ik vraag me af wat Gurbe Anno 2016 zou zeggen op die bovenstaande stelling van Ate…..

woensdag 17 augustus 2016

Stiensers ontmoeten Stiensers in Santiago de Compostela

Zondag 7 augustus 2016
Spaans diner voor vier Stiensers in Santiago de Compostela















Pelgrimstocht van twee Stiensers
Durkje en ik beleefden gisteren een bijzondere dag, omdat we gistermiddag onze pelgrimstocht vanuit het Franse Le Puy-en-Velay via de Via Podiensis en via de Camino del Norte volgens de variant van de Camino de la Costa afsloten met de aankomst in de Spaanse pelgrimsstad Santiago de Compostela. Vandaag is evenzo een bijzondere dag, vanwege een ontmoeting met twee dorpsgenoten uit Stiens in dit zo verre Spaanse bedevaartsoord.
Op 19 juli 2016 zijn Durkje en ik begonnen aan de meerdaagse pelgrimstocht over de Camino de la Costa vanuit Grases naar Santiago de Compostela. Nu hebben we al heel wat pelgrimservaringen opgedaan, dus we realiseren ons dat je wel een etappeplanning kunt maken, maar dat je vooraf geen zekerheid hebt of je je bestemming in deze vakantie ook bereikt (je kunt immers zomaar je enkel verstuiken) en dat je al helemaal niet vooraf met zekerheid kunt aangeven op welke dag je exact in Santiago de Compostela arriveert. De kans dat we het in deze zomervakantie zouden halen, was gezien het aantal kilometers en daarmee het aantal beschikbare wandeldagen wel heel groot, maar als pelgrim ga je maar gewoon op pad en zie je wel tot hoever je elke dag komt, en op welke dag je de bedevaartsstad ooit eens binnenwandelt.

Europa-reis van twee Stiensers
Van onze Stienser overburen-vrienden Alice & Max wisten we dat ze deze zomer een lange reis zouden maken door verschillende Europese landen, waaronder ook Portugal en Spanje, maar in hoeverre dat zou matchen met onze pelgrimage was vooraf niet bekend. Tijdens onze pelgrimstocht kwamen we via social media te weten dat zij vandaag in Santiago de Compostela gaan arriveren op hun Europa-reis, en hoe dichter wij bij deze stad arriveerden, hoe groter de kans werd dat wij vlak vóór of op of na die datum bij de kathedraal in Santiago de Compostela zouden arriveren. Zouden we hen dan toch nog daar ontmoeten?
Gisteren was het dan zover dat Durkje en ik in Santiago de Compostela als pelgrims aankwamen. En vandaag is het zover dat Alice en Max als toeristen in Santiago de Compostela arriveren. Voor pelgrims geeft het altijd een goed gevoel om na je aankomst in Santiago de Compostela nog één of meerdere dagen in deze bijzondere pelgrimsstad door te brengen, om alles van je pelgrimstocht een plaatsje in de rest van je levenstocht te geven, om de stad te beleven, om de nodige tijd door te brengen in de kathedraal van dit bedevaartsoord, en om ondertussen allerlei bekende en onbekende pelgrims te ontmoeten, om nog eens na te praten over de pas afgeronde pelgrimstocht.

Op de kruising van pelgrimstocht en Europa-reis
En voor ons vieren zou het vast en zeker ook een bijzondere ervaring zijn om elkaar als vier Stiensers hier in deze waarden-gedreven pelgrimsstad op het kruispunt van onze beide zomerreizen te ontmoeten. Daarom hebben we via de social media onlangs afgesproken dat onze wegen elkaar hier in Santiago de Compostela vanmiddag zullen kruisen.

De kathedraal elke keer anders gezien en beleefd
Aan het begin van de middag rijden Durkje en ik met onze auto van Méson da Cabra naar Santiago de Compostela, en parkeren we de auto onder Praza de Galicia, vlakbij de plaats waar Alice en Max later vanmiddag hun intrek nemen in hun accommodatie in het centrum van de stad. Omdat we gisteren de kathedraal nog niet hebben bezocht na onze aankomst in de stad, gaan we eerst naar de kathedraal, waar we zien dat er een hele lange wachtrij staat van al die pelgrims en al die toeristen die door de heilige deur in dit heilige jaar de kathedraal binnen willen gaan om onder andere het graf onder het altaar met daarin de vermeende stoffelijke overblijfselen van de apostel Jacobus (Santiago) in de crypte van de kathedraal te bezoeken. We nemen ruim de tijd om de kathedraal te bezoeken, waarbij we tot onze vreugde constateren dat hier vandaag twee zijkapellen ook geopend zijn, die tijdens onze voorgaande kathedraalbezoeken (2012 en 2015) gesloten waren. Zo zien we vandaag toch ook weer iets nieuws van de kathedraal, en overigens merk je ook dat je elke keer als je deze uitbundig versierde kathedraal bezoekt, steeds toch ook weer heel nieuwe dingen ziet, die er de vorige keer toch echt al wel waren. Kortom, het is alsof je steeds weer een nieuwe kathedraal bezoekt, elke keer voor jou als pelgrim toch ook een bijzondere ervaring. Bij onze pelgrimage gaat het ons niet eens zozeer om de bestemming, maar veel meer om de weg er naar toe, maar die kathedraal maakt je aankomst toch elke keer ook weer tot een bijzondere belevenis.

Ontmoeten en ervaren
Na ook de sfeer van de stadspleinen rond de kathedraal en in de oude straten van de binnenstad te hebben geproefd, gaan we naar de accommodatie van Alice en Max om hen daar te ontmoeten. Het blijft toch wel heel bijzonder om je overburen uit je dorp, die je van nabij zo goed kent, hier in den vreemde te ontmoeten; wel een heel waardevolle ervaring, zo blijkt ons vieren.

Met Alice en Max vóór de kathedraal
Rondwandeling langs pelgrimsplaatsen
Omdat Max en Alice net in de stad zijn gearriveerd, nemen we hen eerst maar eens mee naar waar het in deze stad grotendeels allemaal om draait: de kathedraal en haar pelgrims. Door de Rúa do Vilar wandelen we langs de kathedraal over de Praza da Quintana om naar de camino te gaan, waarlangs de pelgrims op Praza da Immaculada bij de kathedraal arriveren. Daarna lopen we verder rechts om de kathedraal heen, om door het poortgebouw langs de muzikanten naar het wereldberoemde Praza do Obradoiro te lopen, vanwaar je de het front van de kathedraal in alle glorie kunt bekijken. Dit is het grote plein waarop de pas binnengekomen pelgrims zich verzamelen, om hun blijde of soms ook verdrietige aankomst te vieren; in stilte alleen, of uitbundig vol vreugde en muziek in groepen, onderwijl volop foto’s makend van jezelf en van elkaar om dit waardevolle moment vast te leggen voor later. Hier op dit plein is er alle ruimte voor iedereen om de eigen aankomst als pelgrim op heel eigen wijze te vieren.
De eerste pelgrim die we hier op het plein spreken, is een Spanjaard, die ons vertelt dat hij hier zojuist is gearriveerd, samen met zijn vrouw en zoon en dochter; vier pelgrims, woonachtig in het Spaanse Valencia, komend via de Caminho Portugués vanuit het Portugese Porto. En laten Alice en Max enkele dagen geleden nu ook in het Spaanse Valencia zijn geweest, en zojuist met het openbaar vervoer zijn gearriveerd vanuit het Portugese Porto. Over bijzondere ontmoetingen gesproken. Dit is tekenend voor wat hier in Santiago de Compostela dag in dag uit gebeurt, zo weten wij uit eigen ervaring van alle drie keren dat wij zelf als pelgrim in Santiago de Compostela arriveerden.
Hierna gaan we met zijn vieren nog even naar het Pelgrimsbureau, waar we horen dat de naastgelegen ‘Huiskamer der Lage Landen’ van ons Nederlands Genootschap van Sint Jacob zojuist al is gesloten. Hadden we kunnen weten, want het is ondertussen al 18.00 uur, maar wij vergeten de tijd nagenoeg als wij hier in Santiago de Compostela zijn.

Vrolijke paëlla
Daarom wandelen we terug naar de Rúa do Vilar, waar we in een restaurant waar ook altijd veel pelgrims komen een heerlijke Spaanse paëlla-maaltijd krijgen geserveerd. Als je in Spanje verblijft, moet je toch ook een keer paëlla eten, en dat was er bij ons beiden nog niet van gekomen, dus dan vandaag nog maar op deze feestelijke dag. We genieten van het lekkere eten en van elkaars gezelligheid, en met al die reiservaringen van de afgelopen weken op het Spaanse pelgrimspad en van de Europa-reis is er elkaar natuurlijk veel meer te vertellen dan dat we dat in deze avonduren kunnen doen, dus de rest komt dan in Stiens nog wel eens. Al met al hebben we een heel aangename middag en avond met zijn vieren, zo bij het vertrek van Durkje en mij uit Santiago en bij de aankomst van Max en Alice in dit sfeervolle Spaanse bedevaartsoord.

Tot ziens in Stiens
Na het vrolijke en gezellige diner nemen we afscheid van elkaar bij het stadspark, en rijden Durkje en ik weer terug naar onze camping in Méson da Cabra, en maken Alice en Max nog een parkwandeling op deze warme zomeravond bij een temperatuur van 36 graden Celsius. Morgen zullen zij de stad en de kathedraal nader bezoeken, en dan zullen wij ons gereedmaken voor onze terugkeer naar Nederland. Max en Alice, dank voor jullie gezelligheid vandaag, en graag weer ‘Tot ziens in Stiens’.

Pelgrimeren van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela (3e pelgrimage)

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela

























Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van O Pedrouzo naar Santiago de Compostela
Zaterdag 6 augustus 2016 – 20,1 km.
Dag 40: 827,9 – 848 km


Einde bedevaart in zicht
Voor een pelgrim is de dag van de aankomst in Santiago de Compostela een heel bijzondere dag. Je sluit een voor jou belangrijke periode vol van bijzondere ervaringen af; je realiseert je dat hier in dit bedevaartsoord je pelgrimage eindigt, en moet dan de knop omzetten naar wat daarop volgt. Alternatieven zijn er dan genoeg, en je zult hoe dan ook een keus moeten maken, want voor de meeste pelgrims is er ook een leven na de bedevaart.
Voor Durkje en voor mij is het vandaag zo’n bijzondere dag. We weten dat we – als alles goed gaat – vandaag Santiago de Compostela binnen zullen wandelen als pelgrims. Maar daarvoor moeten we vandaag eerst nog de 20,1 kilometer lopen van O Pedrouzo naar de kathedraal van Santiago de Compostela.

O Pedrouzo
In ons inmiddels gebruikelijke ochtendritme verlaten we vanmorgen om 7.20 uur onze camping in Méson da Cabra, en rijden we in onze auto naar O Pedrouzo. We beginnen vandaag aan de rand van de bebouwde kom van O Pedrouzo.
Het is 8.20 uur als we O Pedrouzo over de hoofdstraat binnenlopen. Onder een wolkenloze, blauwe lucht lopen we door dit doorgangsdorp bij een ochtendtemperatuur van 13 graden Celsius. Het belooft vandaag een warme tot hete dag te worden. Later op de dag blijkt dat het in Santiago de Compostela al 32 graden Celsius is tijdens onze aankomst, en als we aan het eind van de dag weer terug zijn bij de auto in O Pedrouzo is het daar nota bene 37 graden Celsius.
Onderweg hebben we overigens niet veel last van die warmte, want de temperatuur loopt langzaam op, we lopen vandaag veel door dichte en dus schaduwrijke eucalyptusbossen en waar we op de iets hoger gelegen delen meer in open veld lopen, worden we enigszins gekoeld door een zacht-koele bries. En omdat we ook wel zijn gewend aan lange dagen lopen bij hoge temperaturen, weten we uit ervaring hoe we daar qua tempo, rusten, eten en drinken mee om moeten gaan, dus deze laatste pelgrimsdag valt ons niet zwaar, integendeel, het wordt een hele mooie dag.

Donkere paden door eucalyptusbossen
Vlak buiten O Pedrouzo komen we na een donker bospad in San Antón. Door een gevarieerd coulissenlandschap lopen we door naar Amenal. Voorbij Amenal begint een eerste serieuze klim over één van de vele schilderachtige holle bospaden, die de camino rijk is hier in Galicië, een zogenoemd corredoire.
Op een splitsing van bospaden komen we langs een marktkraampje van twee jonge Spanjaarden, die met een pelgrimsstempel de pelgrims naar hun verkooptafel lonken, om vooral nog een souvenir van de camino te kopen. Vooral de camino-polsbandjes in allerlei uitvoeringen verkopen goed, zien we.

Santiago Airport zonder kruis
Waar we het bos uit komen, is de aansluiting van de uitvalsweg van Santiago de Compostela naar de nieuwe snelweg richting Lugo. Daar staat een grote gebeeldhouwde steen met daarop de stadsnaam Santiago, een plek die altijd geliefd is voor een mooie foto. Ook deze plek is inmiddels door een Spanjaard ‘bezet’ om er iets aan te verdienen. Hij heeft traditionele pelgrimskledij en –attributen bij zich, waarmee je jezelf kunt laten fotograferen door hem met je eigen fotocamera of telefooncamera. En of je dan natuurlijk ook even een kleine vergoeding daarvoor wilt betalen, want daar gaat het hem natuurlijk om.
Verderop komen we langs het vliegveld, ook op het eind/begin van de start- en landingsbaan. Helaas maken we het deze keer niet mee dat er een vliegtuig vlak boven ons de startbaan verlaat.
Tijdens onze twee voorgaande passages hier op deze plek in 2012 en in 2015 was het hek rond het vliegveld gedecoreerd met een grote variëteit aan kruisen, gevlochten met stokjes, linten, kledingstukken, en overige materialen, door het gaas van dit hekwerk. Ons valt nu op dat er dit jaar geen enkel kruis in het hekwerk is gevlochten. Kennelijk haalt het vliegveldpersoneel misschien wel elke dag het vlechtwerk uit het hek, wat de pelgrim die hier voor het eerst voorbij komt niet op de gedachte brengt om tijdens de passage hier een kruisje te vlechten.

Koffiepauze voor zes pelgrims in San Paio
Het verschil in drukte tussen onze Camino de la Costa en de Camino Franchés wordt vandaag ook maar weer duidelijk. Nu ook deze twee (of eigenlijk nog veel meer) camino’s samen verder gaan, hebben we bijna ieder moment van de dag één of meer pelgrims in het zicht vóór of achter ons lopen, zo druk is het hier op deze laatste etappe. Pelgrims die ervan houden om in stilte te wandelen, ergeren zich hieraan, maar je kunt het ook van de andere kant, die van de gezelligheid, bekijken. Velen zijn vandaag in een opperbeste stemming, want na al die kilometers lopen, is het eind in zicht, wat de meeste pelgrims vrolijk stemt. Het is dus vooral ook de etappe met onderweg veel vrolijke noten, kwinkslagen, en gezellige momenten tussendoor.
Omdat Durkje en ik de rustige Camino del Norte hebben gelopen, zien we bijna geen bekende pelgrims onderweg. Maar als we het dorpje San Paio binnenwandelen, zien we de Nederlandse pelgrim Paul op een terras staan. Daar blijkt dat het pelgrimsechtpaar Paul & Monique (uit Enschede) hier zojuist zijn gearriveerd met het Duitse pelgrimsechtpaar Bernd & Simone (uit Berlijn). Nadat we even hebben gewacht, is er een plek vrij op het terras, en drinken we met zijn zessen koffie, om op deze laatste pelgrimsdag nog even na te praten over onze ervaringen en over wat ons verder aan lief en leed vandaag de dag ook nog bezig houdt.
Voordat we San Paio verlaten, lopen we nog de plaatselijke dorpskerk binnen om daar een doortochtstempel in onze pelgrimspaspoorten te zetten.

A  Lavacolla
Het volgende dorpje waar we dan doorheen komen, is A Lavacolla.
Een dorpje met een hooggeplaatste kerk, waar prachtige bloemstukken naar binnen worden gedragen voor waarschijnlijk een huwelijksviering later op deze dag. We ontmoeten hier ook een pelgrimsduo, waarvan de man een soort bolderkar voorttrekt aan een om zijn middel gebonden riem. In het verleden hebben we wel eens pelgrims gezien met de eenwielige pelgrimsbagagekarren, maar een pelgrim die op deze route een bolderkar met bagage meeneemt, is voor ons een unicum. Niet erg handig op de soms slecht toegankelijke delen van het pelgrimspad, maar ja, je hoeft je bagage dan niet te dragen, wat voor sommige pelgrims fysiek wel de beste oplossing is.
Voordat we A Lavacolla verlaten, komen we nog over het bruggetje over de beek waarin de welriekende middeleeuwse pelgrims zich vroeger nog even wasten, alvorens ze het graf van de apostel Jacobus in Santiago de Compostela enkele kilometers verderop bezochten.

Behoeftige pelgrim voor één dag
Voorbij A Lavacolla begint een lange en tamelijk stevige klim over asfalt richting Villamaior. Uit tegenovergestelde richting passeert ons de bereden politie, een agent en agente te paard. Verderop komt ons nog een keer een politieauto tegemoet, en nog iets verder een emergentia-auto met EHBO-ers, dus er wordt goed toegezien op het welbevinden van de pelgrims op dit traject.
Op de hoogvlakte komen we eerst langs de zendmasten en de televisiestudio’s van TV Galicia en TV España.
Vlak hiervoor tijdens de klim haalde ons een tourbus in, waar tientallen toeristen uitstapten, die met zijn allen enkele kilometers camino gaan lopen. We lopen hier dus even in een combi-groep van pelgrims en toeristen, wat ook wel weer een bijzondere sfeer oproept.
Een oudere Spaanse dame is nog maar net uit de bus, of ze duikt al de bosjes in, broek naar beneden voor de hoognodige plas, en dan weer verder, dus die gelegenheidspelgrim voor één dag past zich zo direct al aan aan de nodige pelgrimsgebruiken op de camino. Welkom op de camino.

Hout en handel
Nabij San Marcos passeren we een grote houtfabriek. Ons valt op dat deze fabriek nu een plaquette aan de fabrieksmuur heeft gehangen, in mooi houtsnijwerk, waarin alle passerende pelgrims in diverse talen welkom worden geheten, en waar op staat vermeld dat het nog 7 kilometer is naar de kathedraal van Santiago de Compostela.
We passeren dan ook de camping van San Marcos, waar het in de bar en op het terras en bij de verschillende marktkramen overdag een drukte van belang is.
Hier kun je vlak voor binnenkomst van Santiago nog de nodige souvenirs kopen, zoals Jacobsschelpen, kalebassen, polsbandjes, ansichtkaarten, shirts, en nog veel meer.
In de afgelopen jaren, en ook dit jaar weer, valt ons op dat er zo weinig kampeergasten zijn op deze toch wel forse camping. Als deze campingeigenaar zijn terrein beter zou verzorgen, en er meer promotie voor zou maken, dan zouden er toch veel meer campinggasten kunnen komen, zoals passerende pelgrims en toeristen, die Santiago de Compostela willen bezoeken.

Monte do Gozo
En dan komen we op de Monte do Gozo, de berg van de vreugde. Bij de ingang van de kapel zetten we ons laatste doorgangsstempel in onze pelgrimspaspoorten, en binnen bezoeken we het beeld van Sint Jacob.
Dit is een plek waar ook aandacht wordt gegeven aan bijzondere mensen. Zo staat er bijvoorbeeld een herdenkingsmonument voor een pelgrim-priester.
Verderop, op een fikse verhoging, staat het forse gedenkteken, dat herinnert aan het bezoek van wijlen paus Johannes Paulus II in 1989 aan Santiago de Compostela.
We lopen het monument voorbij en zien dan rechts van ons in het dal de bedevaartsstad Santiago de Compostela liggen.
We wijken hier even van de doorgaande route af, omdat we ook de grote pelgrimsbeelden verderop willen bezoeken, alvorens we de stad in lopen.
Boven de bebouwing van de stad zien we ondertussen de hoge kerktorens van de kathedraal van Santiago de Compostela, waarvan een deel in de steigers staat.

De twee pelgrimsbeelden
Opmerkelijk is dat ondanks alle drukte op de camino wij de enigen zijn die op dit moment de twee grote pelgrimsbeelden bezoeken.
Het geeft ons de gelegenheid om ongestoord deze beelden van verschillende zijden te fotograferen.
De prachtige helderblauwe lucht maakt dat de twee beelden mooi contrasteren.
Even later komen er vier Spaanse toeristen aanlopen, en maken we van die gelegenheid gebruik om elkaar in groepjes te fotograferen op deze bijzondere plek.
Pas als we weg gaan, komen er drie fietsers naar boven. Het is jammer dat op Monte do Gozo nergens wordt bewegwijzerd dat en hoe je bij deze twee metershoge beelden kunt komen. Daarom weten velen niet dat ze iets verderop staan, en missen veel pelgrims de kans om er te gaan kijken, waarbij ze dan ook voor het eerst de stad en de kathedraal zien liggen en staan.

Santiago de Compostela
Vanaf deze pelgrimsbeelden lopen we via de parkeerplaats naar beneden, waarbij we iets verder over het uitgestrekte recreatieterrein van Monte do Gozo teruglopen naar de doorgaande camino. Op de splitsing waar we weer op de camino komen, lopen we langs een beeldentuin van een beeldhouwer, waarin enkele beelden staan met verwijzingen naar de camino.
Voorbij de beeldentuin zetten we de afdaling naar de stad verder in.
Als we over de brug met het ruwe houten wegdek de stad in zijn gelopen, komen we al spoedig langs het grote hekwerk waarop met grote rode letters de stadsnaam Santiago de Compostela staat geschreven.
We laten ons bij dit markante punt fotograferen door een in Amerika wonende Spanjaard, die vandaag ook met zijn twee zonen - vanuit Sarria komend - de stad binnenwandelt als pelgrim.
Dan volgt nog een lange tocht door de buitenwijken van Santiago de Compostela. Onderweg pauzeren we op een terras om daar nog iets te eten en te drinken alvorens we de binnenstad in gaan voor de komende uren. Daar ontmoeten we een Nederlandse universiteitsstudente uit Leiden, die met twee Duitse jongens als pelgrim vanuit Léon naar Santiago de Compostela is gelopen.
Na de lange tocht door de brede straten komen we in de oude binnenstad, en dan komt voor het eerste in de stad de kathedraal in zicht, aan het einde van de straat.

Aankomst bij de kathedraal van Santiago de Compostela
De gele caminoborden en de Jacobsschelpen op het wegdek volgend arriveren we aan de achterzijde van de kathedraal.
In tegenstelling tot de voorzijde van de kathedraal, wordt het plein aan de achterzijde opgefleurd door een mooie stadstuin met in vrolijke kleuren bloeiende planten. Aan deze zijde kun je als pelgrim de kathedraal binnenwandelen, maar dat is sinds enkele jaren voor de pelgrim moeilijk gemaakt, omdat je uit veiligheidsoverwegingen niet meer met je rugzak de kathedraal in mag. De terroristische aanslagen met bommen in rugzaken wereldwijd hebben het voor de pelgrim dus onmogelijk gemaakt om met je rugzak direct bij aankomst naar binnen te wandelen. Tijdens onze eerste aankomst in 2012 mocht dat nog wel, maar nu word je door de bewaker de toegang geweigerd als bepakte pelgrim. Voor pelgrims die dat nog niet wisten, is dat een teleurstellende constatering.

Plaza del Obradoiro
Durkje en ik wandelen om de kathedraal heen, en dan komen we door de poort – waar bijna altijd muzikanten musiceren – op het Plaza del Obradoiro, het immense stadsplein aan de voorzijde van de kathedraal.
Dit is de plek waar de aangekomen pelgrims zich altijd uitgebreid laten fotograferen, om een belangrijke foto mee naar huis te nemen en/of via social media aan familie en vrienden te sturen, waaruit blijkt dat je je pelgrimstocht na al die kilometers hebt volbracht. Er is altijd iemand bereid om je als pelgrim met de kathedraal op de achtergrond te fotograferen. Wij vragen een Spaanse fietspelgrim om enkele foto’s van ons beiden te maken. Hij doet dat graag voor ons en vertelt even later dat hij zojuist al zijn zesde pelgrimstocht op de mountainbike heeft voltooid, deze keer samen met zijn vriendin, vanuit Madrid.
Honderden mensen lopen hier op het plein, velen zijn pas gearriveerde pelgrim. Er zijn pelgrims bij die hier in stilte en inkeer alleen zijn gekomen, maar we zien bijvoorbeeld ook grote groepen jongeren die zich bij aankomst met veel gejuich en gezang als groep laten fotograferen. Wandelstokken, rugzakken, vlaggen, hoeden en wat men allemaal aan identiteitselementen heeft meegenomen komt nu triomfantelijk erbij op de foto. Maar aan de randen van het plein, en soms ook op het plein, zitten daar ook de enkelingen die als pelgrim in zichzelf gekeerd in stilte hun pelgrimage en/of hun aankomst gedenken. Iedere pelgrim had zo zijn eigen motieven, iedere pelgrim kreeg gaandeweg zijn eigen pelgrimage, en iedere pelgrim komt ook op eigen wijze, met diens eigen impressies, gevoelens en ervaringen aan. Dit hier is het plein waar bij aankomst de uitingen van emoties tussen vreugde en verdriet, tussen extravert en introvert gedrag samenkomen. Een heel bijzondere plek.

Pelgrims in de wacht
En dan is het moment gekomen dat je als pelgrim van het plein doorloopt naar het Pelgrimsbureau van de bisschop, om daar je pelgrimage te registreren en in ruil daarvoor je Compostela in ontvangst te nemen. Vorig jaar nog was het Pelgrimsbureau gevestigd in de Rúa do Vilar, maar tegenwoordig vind je het bureau aan de Rúa das Carretas, ook in de buurt van de kathedraal. Als we daar binnen stappen, mogen we pas doorlopen op vertoon van onze pelgrimspaspoorten. We komen op de binnenplaats en moeten dan aansluiten in de lange rij, die vanaf de binnenplaats naar de gekoelde binnen-rondgang rond de binnenplaats gaat. Het is 14.30 uur als we buiten aansluiten in die lange rij. Een kwartiertje later staan we al binnen in de rondgang.
Hier is het een kwestie van geduld oefenen, want iedere pelgrim wordt individueel in de gelegenheid gesteld de bewijzen van zijn of haar pelgrimage te tonen. Hier in deze binnen-omgang komen alle op voortbeweging ingestelde pelgrim van over de hele wereld tot stilstand in één lange rij.
Als we in de rondgang de laatste bocht om gaan, kunnen we zien hoeveel pelgrims ons nog voor zullen gaan, en daar krijgen we ook zicht op het beeldscherm waarop regelmatig zichtbaar wordt gemaakt welke van de 13 balies vrij is voor de volgende pelgrim.

Compostela en Afstandscertificaat
Na een uur wachten zijn Durkje en ik aan de beurt. Samen gaan we naar de vrijgekomen balie, waar we worden ontvangen door een medewerker van het Pelgrimsbureau.
Hij controleert onze pelgrimspaspoorten op geldigheid en op de vereiste pelgrimsstempels van onderweg.
Dan moeten we onze persoonlijke gegevens en pelgrimagemotieven noteren op een formulier van het pelgrimsregister.
Ondertussen maakt de bureaumedewerkers onze Compostela’s gereed, en vult hij voor ons beiden ook het Afstandscertificaat in, waarop hij onder andere schrijft welke camino we hebben gelopen (Camino del Norte/Camino de la Costa), waar we die camino aanvingen (Grases) en hoeveel kilometer we daartoe hebben gelopen (383 kilometer). Onze beide pelgrimspaspoorten worden afgestempeld en dan krijgen we de Compostela’s en de Afstandscertificaten mee in een kartonnen koker.

De Huiskamer van de Lage Landen
Durkje en ik zijn ook verenigingslid van het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, het pelgrimsgenootschap dat de belangen behartigt van Nederlandse pelgrims. Ons genootschap heeft naast het Pelgrimsbureau een ontvangstruimte, de zogenaamde ‘Huiskamer van de Lage Landen’.
Wij lopen door naar die Huiskamer en worden daar hartelijk ontvangen door de genootschapsvrijwilligers Thea en Henk, die in deze periode als gastvrouw en gastheer optreden om alle gearriveerde pelgrims te verwelkomen.
We worden verwend met koffie en een koekje, en zitten enige tijd gezellig met zijn vieren op het terras van de Huiskamer te praten over onze wederzijdse pelgrimservaringen, want ook Thea en Henk hebben pelgrimservaring.
Op de stamtafel in de Huiskamer ligt ook het register van de dit jaar binnengekomen Nederlandse pelgrims. Daar registreren wij ons ook in als dit jaar gearriveerde verenigingsleden.
Even later komt er nog een verdwaald Amerikaans pelgrimsstel aanlopen, dat op zoek is naar de uitgang van het Pelgrimsbureau. Zij krijgen ook drinken aangeboden, waar ze graag gebruik van maken, en ze komen er even gezellig bij zitten. Daarna komt nog een Nederlandse pelgrim uit Utrecht aan, die gisteren (vanuit Porto via de Camino Portugués) in Santiago de Compostela is gearriveerd en die zich hier nu ook meldt. En zo zitten we in elk geval nog tot na 17.00 uur gezellig bij elkaar, en beantwoordt de Nederlandse Huiskamer van ons genootschap door de gastvrijheid van de hospitalero’s Henk en Theo aan haar doel.

Weerzien met pelgrims in de stad
Nu waren Durkje en ik van plan om de rugzakken even in bewaring te geven in de Huiskamer, om dan nog de kathedraal te bezoeken, maar omdat we zo lang en gezellig zijn blijven zitten in de Huiskamer en we toch ook nog weer terug moeten naar onze camping, slaan we dat vandaag over en gaan we dat morgen nog wel doen, omdat we morgen weer terug komen hier in Santiago om meer uitgebreid te tijd te nemen voor een bezoek aan de kathedraal in/en aan deze bedevaartsstad.
Maar ja, het leven van een pelgrims is ook onvoorspelbaar, dus als we door de Rúa do Vilar lopen om verderop bij het stadspark een taxi te zoeken, ontmoeten we op het terras van één van de restaurants het Duits-Britse pelgrimsechtpaar Cordula & John, dat we in de afgelopen pelgrimstocht enkele malen hebben ontmoet. Zij zijn gisteren in Santiago de Compostela gearriveerd en zullen morgen de stad weer verlaten. We nemen plaats bij hen op het terras en zitten zo nog weer gezellig ruim een uur met hen na te praten over onze pelgrimstocht van de afgelopen weken. De camino en de stad blijven toch beide heel bijzonder, mede vanwege de bijzondere en vaak ook repeterende toevallige ontmoetingen die je onderweg op de camino en in deze inspirerende pelgrimsstad hebt. De camino en de stad zullen ons altijd bijblijven als waarde(n)volle plaatsen van zich veelvuldig herhalende (en) fijne ontmoetingen.

Terug naar O Pedrouzo
Maar dan is het toch echt tijd om afscheid te nemen van dit ervaren pelgrimsduo. Daarna lopen we door naar een bij het stadspark gereedstaande taxi. De perfect Engelssprekende taxichauffeur – zoon van een Britse moeder en een Spaanse vader – vertelt ons onderweg over zijn internationale werkervaring in Hilton-hotels in diverse continenten en over zijn Spaanse familie, waaronder zijn beide ouders die al bijna honderd jaar oud zijn. De taxirit terug van Santiago de Compostela naar O Pedrouzo is voor je gevoel dan ook in een ommezien om, en dan staan we al weer bij onze auto in O Pedrouzo, waar we vanmorgen onze etappe aanvingen. We rijden met de auto terug van O Pedrouzo naar onze camping in Méson da Cabra, terugkijkend op alweer zo’n buitengewoon bijzondere aankomstdag in Santiago de Compostela.

Terugblik op deze pelgrimstocht
Hiermee sluiten we onze pelgrimstocht af. Een tocht die in de zomer van 2013 begon in de Franse pelgrimsplaats Le Puy-en-Velay, die eerst over de Via Podiensis liep naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
Vanuit dit Zuid-Franse pelgrimsstadje aan de voet van de Pyreneeën liepen we in het voorjaar van 2014 aan de noordzijde van de Pyreneeën via Hendaye (Frankrijk) over de grens naar Irún (Spanje) en toen nog een dag door naar San Sebastián.
In de zomer van 2014 vervolgden we die tocht via de Camino del Norte van San Sebastián naar de kathedraal van Oviedo.
In de zomer van 2015 hebben we vanuit Oviedo via Grases de Camino Primitivo gelopen naar Santiago de Compostela. Die Camino Primitivo is de ene variant van de Camino del Norte, die door het bergachtige, onherbergzame binnenland van Noord-Spanje gaat.
Omdat we toch ook nog de andere variant wilden bewandelen, hebben we deze zomer de Camino de la Costa gelopen vanuit Grases (de splitsing van beide varianten) naar Santiago de Compostela, die eerst nog enkele dagen de Noord-Spaanse kust volgt, om dan vanaf Ribadeo in zuidwestelijke richting door het binnenland van Galicië af te buigen naar Santiago de Compostela.
Deze Camino de la Costa hebben we vanaf 19 juli 2016 in de afgelopen weken in 17 dagen gelopen, over een afstand van 383 kilometers.
De Camino Primitivo liepen we in 15 dagen over een afstand van 353 kilometer.
Daarmee duurde de hele Camino del Norte via de Camino Primitivo 38 dagen over 817 kilometer en de Camino del Norte via de Camino de la Coste 40 dagen over 848 kilometer.
De hele route over de Via Podiensis en de Camino del Norte samen duurden voor ons daarmee respectievelijk 73 (Primitivo) en 75 (Costa) dagen, over een afstand van 1637 (Primitivo) en 1668 (Costa) kilometer.
Daarbij constateerden we dat dit traject dan wel de Costa-route wordt genoemd, maar dat je op het reguliere tracé betrekkelijk weinig kilometers dicht op de kust loopt. Op het eerste deel van de Camino del Norte is dat beduidend meer. Maar als je dan vanaf Ribadeo de kust echt achter je laat, kom je in en door een wel heel bijzonder stuk Galicië, waar het op veel delen van de route lijkt alsof de tijd daar tientallen jaren heeft stilgestaan. Dit is een streek van doorgaans kleinschalige veehouderij en akkerbouw, waar nog nauwelijks met moderne machinerie wordt gewerkt. De eenzame Galicische wandelpaden van de Camino de la Costa brengen je een aantal malen op tamelijk geïsoleerde plekken – bij boerderijen en in buurtschappen – waar de vriendelijke en behulpzame bevolking op eigen traditionele wijze woont en werkt, af en toe geconfronteerd met de vreemdeling – peregrino/pelgrim – die langzaam langs en over deze (hun) verstilde boerenerven voortgaat over soms nog middeleeuwse paden in de eeuwenoude voetsporen van al die pelgrims die je voorgingen naar het graf van de heilige Jacobus de Meerdere; de pelgrim voor pelgrims, en/of de morendoder voor de Spanjaarden, en/of de apostel voor wie gelooft.


Pelgrimeren van Boimorto naar O Pedrouzo

Op de camino in gesprek met jongeren van het internationale evangelisatieteam 



















Van Le Puy-en-Velay naar Santiago de Compostela

Camino del Norte & Camino de la Costa > Irún – Santiago de Compostela
Camino de la Costa van Boimorto naar O Pedrouzo
Vrijdag 5 augustus 2016 – 24 km.
Dag 39: 803,9 – 827,9 km


Vroege ochtendrituelen
De wekker wekt ons op de gebruikelijke tijd om 6.20 uur en om 6.30 uur staan Durkje en ik dan op. Eerst naar de sanitairruimte van onze camping in Mesón da Cabra, waar dan het gebruikelijke korte ochtendpraatje met de campingeigenaar Antonio wordt gehouden, die zelf ook van dit waslokaal gebruik maakt. Elke ochtend staan we hier samen, wastafel aan wastafel. Verder slaapt iedereen op de camping nog. Antonio doet elke ochtend om 7.00 uur het campinghek open. Na het ontbijt verlaten Durkje en ik vanmorgen om 7.20 uur de camping om met de auto naar Boimorto te rijden, waar onze etappe van vandaag op de Camino de la Costa begint. We lopen vandaag de 24 kilometers van Boimorto naar O Pedrouzo, vanwaar het (morgen) nog één dag gaans is naar Santiago de Compostela.

Vandaag de variant via O Pino
Gisteren schreef ik al dat je als pelgrim bij het verlaten van Boimorto moet kiezen welke vervolgroute je neemt. De gebruikelijke – en meest gekozen - etappe van de Camino de la Costa gaat bij het gezondheidscentrum linksaf in de richting van en naar Arzúa, en de route-‘Variant via O Pino’ gaat op dit punt rechtdoor in de richting van O Pedrouzo. Beide bestemmingen liggen op de pelgrimsroute richting Santiago de Compostela. In plaatsen zoals Melide, Arzúa en Loureiros (vlak vóór O Pedrouzo) komen verschillende camino’s bij elkaar, om van daaruit samen verder te gaan naar Santiago de Compostela.
Tijdens onze eerste pelgrimage hebben Durkje en ik de Camino Franchés al geheel gelopen, die via Melide, Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela gaat. Tijdens onze tweede pelgrimage hebben we de Camino del Norte in combinatie met de Camino Primitivo gelopen, die zich in Melide samenvoegt met de Camino Franchés. Vorig jaar hebben we dus al voor de tweede maal het traject van Melide via Arzúa en O Pedrouzo naar Santiago de Compostela gelopen.
Dit jaar gaan we het anders doen. Gisteren liepen we al van Boimorto de standaardroute van de Camino de la Costa naar Arzúa. Om nu te voorkomen dat we dit jaar voor de derde maal de etappe van Arzúa naar O Pedrouzo lopen, gaan we vandaag terug op de route naar Boimorto, om dan vanuit Boimorto naar O Pedrouzo te lopen via de ‘Variant via O Pino’ van de Camino de la Costa. Vandaag gaan we dus nu rechtdoor over de variant-route richting O Pedrouzo, en daarmee maken we dan de alternatieve aansluiting op de Camino Franchés bij het gehucht Loureiros.

Boimorto
Onze auto parkeren we in Boimorto bij de dorpssupermarkt tegenover het gezondheidscentrum, waar de beide routes uiteen gaan. Twee oude mannen met een oude vrouw komen vanuit het dorp aanlopen, die gedrieën in de nog vroege ochtend een ochtendwandeling gaan maken. Nu is het daarvoor nog heerlijk ochtendfris met de 10 graden Celsius waarmee onze etappe vandaag begint. Eén van de mannen wijst met zijn wandelstok ons de richting aan: rechtdoor is naar O Pedrouzo, “Buen Camiño”, en zij gaan alvast voorop.
Wij maken ons bij de auto gereed voor vertrek.
Dan lopen we naar de splitsing bij het gezondheidscentrum, waar we gisteren in de regen en vanmorgen in de ochtendkou bij de richtingwijzer uitvoering geven aan de richtingkeuze van de dag. 
We volgen de drie oudere wandelaars de eerste honderd meter, waar zij een zijweggetje in gaan, en wij de doorgaande route over de CP-0603 volgen. De routebeschrijving van de variant is al even duidelijk als de route: gewoon 10 kilometer lang deze CP-0603 blijven volgen, daarbij alle zijwegen en zijpaden negerend.
Als we het dorp Boimorto uit wandelen, komt juist de opgaande zon achter ons in beeld, en werpt de zon haar lange schaduwen van ons ver vóór ons uit over de asfaltweg. Al snel kun je zien aan het korter worden van deze schaduw dat de zon achter ons snel en ver boven de horizon uit klimt.

Van 1 tot 10
De variantroute die we lopen, wordt niet of nauwelijks bewegwijzerd met gele pijlen of anderszins, maar de routebeschrijving in onze routegids is voldoende duidelijk. Daar komt bij dat we na elke kilometer een bermbordje in de berm zien staan, waarop staat hoeveel kilometer we van Boimorte zijn verwijderd. Het eerste bordje hebben we al snel buiten Boimorto gepasseerd, en we weten dat we tot het tien-kilometerbordje deze weg moeten blijven volgen.
We lopen ten opzichte van de hoofdroute van gisteren veel hoger, dus we hebben regelmatig ook prachtige vergezichten in beide richtingen. Links naar het oosten kunnen we heel ver het diepe dal in zien, met de bergen daarachter op de horizon.
En rechts genieten we ook van de prachtige wegbermen, met haar mooie plantenkleuren in het prille en schilderachtige ochtendlicht.

Alternatieve koffie
De CP-0603 is een hele stille asfaltweg, golvend op en neer, door bossen met naaldhout en veel eucalyptus, en tussen open velden, die vaak ook het resultaat zijn van houtkap in deze productiebossen. We passeren een kaalgekapt perceel, dat geheel gereed is voor nieuwe bomenaanplant. Daarachter staat al een rij nieuwe eucalyptusbomen met een hoogte van zo’n drie meter, en daarachter is de dichte boszoom met de veel oudere en veel hogere eucalyptusbomen.
Onze routegids meldt overigens dat we op deze routevariant maar één horecagelegenheid zullen passeren, en dat dit zal zijn na 4,25 kilometer voorbij Boimorto. Dat is mooi, want dan kunnen we daar na ons eerste uur wandelen een kop koffie drinken, alvorens we verder trekken. En ja hoor, na die 4,25 kilometer staan we vóór de bewuste bar Requero. Tafels en stoelen staan keurig opgesteld op het terras, dus dat komt wel goed. Niet dus, want de deur is dicht, en rondom het hele gebouw is niemand te bekennen.
Niets aan te doen, geen koffie dus vanmorgen. Maar geen nood, want ze hebben hier in Spanje koffiesnoepjes, en daar hebben we een doosje van in onze rugzak, voor het geval een kop koffie geen haalbare kaart is. We krijgen elk een dergelijk snoepje met koffiesmaak, en gaan dan toch met de smaak van koffie moedig verder.

Asfalteren bij de kapel
De zevende kilometerpaal staat bij de kapel van A Mota.
Wegwerkzaamhedenbordjes staan er langs de weg, maar die deren ons niet. Wij steken diagonaal door de berm over naar de kapel van A Mota. Die is zoals zoveel kapellen en kerken langs deze route gesloten, dus daar zijn we zo langzamerhand wel aan gewend.
We gaan weer terug naar de doorgaande weg, en dan zien we waarom onze weg is afgesloten voor alle verkeer. Verderop wordt geasfalteerd, maar dat hoeft voor ons als wandelaars toch geen belemmering te zijn. Wij gaan gewoon rechtdoor verder, en lopen ter hoogte van de asfalteringswerkzaamheden door de smalle wegberm. Omdat er net teer op het wegdek is gespoten en het wegbermgras hier en daar ook enig teer heeft opgevangen, krijgen wij op dit traject wel enige teerdruppels op onze wandelbroeken en wandelschoenen, maar dat is niet erg (daar kunnen de meningen uiteraard over verschillen), en als we die zwarte vlekjes in de komende tijd terugzien, zullen we ze zeker herinneren als tekens van de camino. Als we bij een wegwerker langs lopen, groet hij ons en vertellen we hem dat we als pelgrims onderweg zijn naar Santiago de Compostela. ‘This is the right way to Santiago’, is zijn reactie; voor ons niet nieuw, maar wel goed nieuws.

Tot Alto de Goimil
Na ongeveer negen kilometer komen we door het plaatsje As Calles, nabij Goimil.
Verderop passeren we een vrachtwagen volgeladen met boomstammen. Er staat een servicewagen bij. Als we dichterbij komen, zien we dat de chauffeur en de servicemonteur net een wiel hebben vervangen. Kennelijk een lekke band. Ze zijn bezig de dikke wielmoeren weer aan te draaien om het reservewiel vast te zetten.
Nabij het tienkilometerbordje arriveren we in Alto de Goimil. 
Hier eindigt voor ons het traject van de CP-0603. Op het kruispunt in het dorp gaan we linksaf verder over een asfaltweg. Die hoeven we maar 420 meter te volgen, want dan moeten we al weer rechtsaf op een splitsing waar een bordje verwijst naar de parochie van Oins.

Tweelingdorpen Ferradal en Oins
Weer volgt een lange asfaltweg, ook nu weer door een golvend landschap, maar een veel opener landschap met meer open velden tussen de bospercelen. Vlak vóór het plaatsje Ferradal halen we een man en een vrouw in, die met een hondje aan de wandel zijn. Veiligheidshalve houdt de man het hondje even vast als we hen passeren, waarbij het hondje met serieus gegrom toch wel even wil laten merken dat hij protesteert tegen onze passage.
We lopen Ferradal binnen.
Eerder spraken we al af dat we bij de parochiekerk van het buurdorpje Oins een rust- en etenspauze zullen houden, want daar zal vast wel een gelegenheid zijn om even te zitten.
We lopen Oins in als we Ferradal uitlopen, en dan zijn we ook direct al bij de kerk. Hier staat een wegwijzer in de berm die aangeeft dat Santiago de Compostela rechtdoor is.
De kerktoren steekt mooi af tegen de helderblauwe lucht.
Het is ondertussen al warm geworden. De temperatuur loopt tijdens onze dagetappe op tot 24 graden Celsius. We vinden tegenover de kerk een goede plek om te zitten in de bushalte. Daar rusten, eten en drinken we.

Hondenbrokken voor het schaap
Naast de kerk staat een huis met eronder een grote garage, waarvan de deur open staat. Naast de ingang staat dat hier ook een wc is. Als ik naar de wc ga, zie ik aan één kant van de garage allemaal rommel staan: grote papieren zakken, dozen met oud papier, stapels boeken, en nog veel meer. Als ik even later weer uit de wc kom, hoor ik om de hoek iemand in die rommel scharrelen. Als ik de hoek om loop, zie ik dat het een groot schaap is. Madam staat met de voorpoten op de houten bank, en met de kop in een van de papieren zakken. De kop komt uit de zak en dan zie ik dat ze eet. Dat tafereel van kop in de zak, uit de zak en dan knabbelend kauwen, mij even aankijken, en dan de kop weer in de zak, herhaalt zich enkele malen, en ik maak van deze gelegenheid gebruik om daar met mijn fotocamera een mooi filmpje te maken. Ze kijkt me steeds aan met een blik van: “als jij hier niet over praat tegen anderen, doe ik het ook niet”. Omdat dit niet oneindig door kan gaan, omdat Durkje en ik weer verder moeten, jaag ik het schaap naar buiten en doe de grote garagedeur dicht. Dan blijft het schaap met veel beweging en kabaal duidelijk maken dat ze de wei weer in wil tussen de kerk en de garage, maar het hek zit dicht en de muur waar ze zojuist vanaf is gesprongen, blijkt proefondervindelijk te hoog te zijn om op en over heen te springen. Of ik het hek even open wil doen; daar gaat ze staan wachten, mij aankijkend. Ik kan het hek inderdaad met een metalen schuif openen, en dan stapt mevrouw dankbaar door het hek weer in de wei en voegt zich bij de andere schapen. Eind goed al goed, en beiden wel gevoed.

Over de nieuwe autosnelweg
Durkje en ik gaan weer verder. We lopen Oins uit en direct Beis al in.
Verderop komen we door het plaatsje Os Campos.
Een hele stevige en lange klim volgt over asfalt. Als we boven komen, zijn we verrast, want we staan ineens op een locatie waar een autosnelweg wordt aangelegd. Links en rechts van ons zien we twee nieuwgebouwde viaducten die nog niet in gebruik zijn.
Daar onderdoor zien we tot zover we kunnen zien aan beide zijden de basis van wat ooit eens de nieuwe autosnelweg van Santiago de Compostela naar Lugo zal zijn. De basis doorsnijdt het landschap, maar geasfalteerd is het nog niet.
Van beide zijden rijden grote vrachtwagens heen en weer.
De ene kant op zijn ze leeg, de andere kant op zit de laadbak vol grond. Steeds moeten ze onze doorgaande asfaltweg oversteken.
Over enkele jaren zal dit (camino-)asfaltweggetje hier ter plekke niet meer bestaan, en zal de camino waarschijnlijk over het dichtstbijzijnde viaduct gaan.

Mee in de lange stoet pelgrims
Nog een eindje verder en dan staan we voor de N-547. Dit is de weg tussen Arzúa en O Pedrouzo.
We steken deze drukke verkeersweg over en wandelen dan het plaatsje Loureiros binnen. Vóór ons zien we al de eerste pelgrims deze asfaltweg oversteken. Dit zijn de pelgrims die vandaag doorgaans op de samengevoegde camino onderweg zijn van Arzúa naar O Pedrouzo.
Op de plaats waar onze variant van de Camino de la Costa zich samenvoegt met onder andere de Camino Primitivo en de Camino Franchés kijken we even naar links, vanwaar de pelgrims komen. Wat we al dachten, en eigenlijk ook uit ervaring al wisten, wordt dit pelgrimspad druk bewandeld, hetgeen ons direct opvalt als we al die pelgrims zien die van links komen, hier oversteken en naar rechts verder gaan richting O Pedrouzo.
Wij voegen ons in deze bonte stoet pelgrims en gaan met hen mee naar het westen.
Ons vallen de bermpalen op langs de route. We hebben de indruk dat dit nieuwe bermpalen zijn, die hier zijn geplaatst nadat wij hier vorig jaar langs zijn gelopen. Deze (nieuwe) bermpalen geven (nu) ook aan hoeveel kilometer het nog is tot aan de kathedraal van Santiago de Compostela.
We volgen nu de camino-route, die op dit stuk nogal dicht langs de lawaaierige N-547 gaat. Af en toe moeten we onder deze weg door, of deze verkeersweg oversteken.

Jesus died for a reason
Nadat we de N-547 weer eens zijn overgestoken, komen we over een picknickplaats. Daar heeft een Spaanse evangelische geloofsgroep een evangelisatiestand ingericht.
Alle pelgrims worden met een gospellied met gitaarbegeleiding ontvangen, worden vriendelijk aangesproken, kunnen een folder ‘Jesus died for a reason’ mee krijgen, mogen een portie paëlla mee-eten en krijgen allemaal een beker bronwater aangeboden. We raken met enkelen van deze evangelisatiegroep aan de praat.
Dit gaat uit van een Spaanse organisatie, die werkt met jongeren die vanuit allerlei landen naar Santiago de Compostela komen, om hier op de camino te evangeliseren. Zo spreken we met jongeren uit Bulgarije, Slowakije, Spanje en Kroatië. Het werkt goed op deze plek.
Gegeten wordt er nauwelijks, gedronken wordt er veel, en veel pelgrims gaan toch even in gesprek met deze jonge evangelisten.
Verderop zien we nog veel pelgrims met het foldertje lopen: ‘Jesus died for a reason … You are that reason! Good News: If the Son makes you free, you shall be free indeed’.

Halen we Santiago?
We lopen over een breed en heerlijk geurend bospad door een eucalyptusbos. In 2012 kwamen we hier al langs een plek waar een Ierse familie een eenvoudig herdenkingsmonumentje had opgericht om te gedenken dat hun dierbaar familielid als pas gearriveerd pelgrim in haar slaap in Santiago de Compostela overleed. Vorig jaar was dat punt nog duidelijk herkenbaar als herdenkingsplek. Als we er vandaag weer – nu dus al voor de derde keer – bij langs lopen, zien we dat er van deze plek eigenlijk niet veel meer rest dan een rommelige hoop steentjes, met hier en daar nog een klein gedenk-briefje ertussen. De meeste pelgrims zullen waarschijnlijk niet eens meer in de gaten hebben dat ze hier een dergelijke herdenkingsplek passeren.

O Pedrouzo
Als we dan nu alle ons bekende plaatsen zoals O Brea, O Empalme, Santa Irene en tenslotte A Rúa zijn gepasseerd, komen we het bos uit en zien we links vóór ons de plaats O Pedrouzo liggen.
Er zijn dan twee opties: òf je steekt de weg over en gaat over een breed bospad door een eucalyptusbos hoog achter de bebouwde kom langs, òf je loopt door de berm rechtstreeks naar het centrum van O Pedrouzo. Die laatste optie is met name de beste voor wie vooraan in O Pedrouzo een slaapplaats zoekt. Verderop staat namelijk een grote refugio direct vooraan in de bebouwde kom. Als we daar om 14.00 uur langs lopen, zien we een behoorlijke rij wachtenden voor de ingang van de pelgrimsherberg staan om zich in te schrijven voor de overnachting van de komende nacht.

Uitersten op de Camino’s de Santiago
Vlak voorbij die refugio zie ik bij een café een taxi staan, zonder chauffeur. Aan de bar in het café ontmoet ik de taxichauffeur, met wie ik afspreek dat hij ons voor 20 euro terugrijdt naar Boimorto. Eerst via de N-547 en vanaf Loureiros exact over de asfaltwegen waarop we vandaag liepen, rijdt hij ons met hoge snelheid in zijn Mercedes terug naar Boimorto. Deze terugreis wordt voor ons zo als het terugdraaien van de film van nagenoeg de hele pelgrimsetappe van vandaag. In Boimorte stappen we uit de taxi bij onze auto, en dan rijden we met onze auto vanuit Boimorto weer terug naar de camping in Mesón da Cabra.
De afstand van de 24 kilometers van vandaag hebben we in bijna zes uren afgelegd. De temperatuur liep op van 10 naar 24 graden Celsius, en vanwege de helderblauwe lucht was het vandaag een stralende zomerdag op de camino. De enige pelgrim die we op de variant-route van vandaag ontmoetten, was een fietspelgrim. Op deze voorlaatste pelgrimsdag hebben we van Boimorto tot aan Loureiros in een opvallend stille omgeving gelopen, die in groot contrast staat met de grote drukte op de camino tussen Loureiros en O Pedrouzo. Tussen deze twee uitersten gaat de pelgrim voort, want het is allemaal – waar je ook gaat – een ‘Camino de Santiago’.